Zondag 28 oktober 2001 van Yak Kharka 4036 m naar Thorung Pedi 4450 m
Ondertussen zijn we 4550 meter al gepasseerd.
Thorung Pedi ligt lager op 4450 meter. Maar om te acclimatiseren hebben we in de middag nog zo'n 200 meter verder geklommen in de richting van de pas. Daar hebben we wel drie kwartier zitten te bibberen in de kou. Omdat de zon al achter de bergkammen van de Anapurna was verdwenen. De tocht van vandaag was ons als licht aangekondigd, maar bleek toch behoorlijk inspannend. Puinhellingen, gletchers, en in de verte steeds de besneeuwde toppen van de Anapurna. Grillige bergwanden. Zo nu en dan een kudde yaks. Heel af en toe en pleisterplaats, waar men wat thee kon drinken, of een paardje of muildier kon huren. Vandaag hebben enkele leden van onze groep het moeilijker: Hoofdpijn, problemen met de ademhaling. Vooral diegenen, die te snel omhoog willen hebben problemen om hun ademhaling aan te passen.
Wellicht het goede moment om wat meer over mijn reisgenoten te vertellen.
Ankie en Mark wonen in Waalwijk. En Mark is Ankies tweede relatie. Ankie is een wat forsere dame en werkt als revalidatieverpleegster. Mark werkt als kraanmachinist bij een bedrijf in bouw materialen. Mark is de avonturier van de twee. Ankie houdt ook wel van avontuurlijke reizen, maar is bang, dat dat dit avontuur haar krachten te boven gaat.
Jos en Metha vormen een leuk en sportief stel. Jos is een wat lawaaiig type, maar wordt hierin regelmatig door Metha bijgestuurd. Metha is werkzaam als bibliothecaresse.
Lonneke en Lisette: twee jonge grieten uit Amsterdam, die in de verpleging zitten. Lisette had achteraf ook liever een minder inspannende vakantie gehad, maar vindt het wandelen in de bergen wel leuk. Lonneke begint last te krijgen van de hoogte. Ademhaling wordt moeizamer.
Gerrit en Jannie doen me denken aan twee mensen uit mijn kennissenkring: Hun spraakorgaan staat geen moment stil. Ze kleppen de hele dag. Maar geen enkele gedachte, die ze uiten is van hen zelf.
De conversatie loopt ongeveer als volgt: Jannie zegt bijvoorbeeld: “Kijk Gerrit, een boom! Zie je die boom Gerrit?” Waarop Gerrit antwoordt: ”Ja, die boom zie ik wel”. Waarop zij weer: “Wat voor een boom denk jij dat dat is, Gerrit?”. En hij weer: “Ja, dat weet ik ook niet hoor!”. En dan zij weer: “Kun je dat misschien vragen aan iemand, Gerrit?“ en even later: “Oh, ik hoor net dat het een Nepalese Ceder is. Wist je dat Gerrit? Frans, kijk dat is een Nepalese Ceder! Interessant hè?” enzovoort, enzovoort.
En dan natuurlijk Agnes en Koen. Agnes geeft fitness les, en is part-time reisleidster voor Himalaya Trekking. Koen geeft management trainingen. Ze zijn net twee tortelduifjes in hun wittebroodsweken. Allebei hebben ze wat met het Boedhisme. Koen verkeert in een voortdurende staat van kinderlijke verrassing over alles, wat hem de hele dag overkomt. Elke dag is voor hem een soort sinterklaas. Hij klautert met verbluffend gemak tegen de hellingen omhoog. Vaak voor de meute uit, als een klipgeit van de ene op de andere steen huppend.
En dan is daar nog mijn slaapmaatje Cees. Hij heeft een Japanse als vrouw: Tekako.
Ook op hem schijnen hoogte en inspanning weinig invloed te hebben. Zo ging hij vanmiddag bij de acclimatisatie nog even een honderd meter hoger dan de rest van de groep. Hij maant me regelmatig om tijdens een inspannende klim even stil te staan en voorzichtig achterom te kijken en even van het uitzicht te genieten.
En dan vergat ik bijna Masha en Bianca. Ook twee meiden van midden twintig. Ze werken beiden bij de politie en vormen overduidelijk een stel.
Masha is een wat zuidelijk type. Bianca is een echte Amsterdamse.
Iedereen is enigszins gespannen over wat de dag van morgen zal brengen. De zwaarste en langste wandeldag en de dag dat we de pas op de grens met Tibet op een hoogte van meer dan 5400 meter zullen passeren.
We zijn ingekwartierd in de New Phedi Lodge, dat in tegenstelling met de oude lodge beschikt over tweepersoons kamers met eigen toilet. Weliswaar van het gat in de vloer type.
Reacties
Een reactie posten