Zondag 21 oktober Syange 1130 meter naar Tal 1700 meter
We slapen in een kleine lodge vlak naast de rivier. Smalle stapelbedjes in houten kamertjes. Het hotelletje staat vlak naast de Marshandi rivier, vlak bij waar het wandelpad een rechte hoek maakt om via de brug aan de andere zijde van de rivier de weg naar Manang te vervolgen.
Als ik 's nachts naar het toilet moet, moet ik eerst mijn koplampje onder mijn kussen zoeken, aandoen en op mijn voorhoofd plaatsen, daarna voorzichtig het trapje af, zonder mijn maatje te storen, die in het onderste bed slaapt, zonder al te veel lawaai te maken het hotelletje verlaten door de piepende voordeur. Dan links af naar de rivieroever, waar ik op een balk kon gaan zitten, die boven de rivier hing, waarna ik mijn behoefte de rivier in kon laten lopen. Ondertussen luisterend naar de rustgevende geluiden van de natuur. Het ritselen van insecten en ander ongedierte, het geluid van de rivier onder mij. Het gesnurk van mijn reisgenoten vanuit de lodge.
De dragers slapen buiten op het balkon. De rook van een sjekje drijft de kamer in. Even later het geluid van een droog rokershoestje.
Deze morgen geen douche (aanpak: niet schoon, toch schoon)
Agnes bereid ons voor op een tweetal lastige passages in de klim van vandaag. Maar ze geeft tevens aan, dat ze mij samen met Suriya langs deze moeilijke stukken zal helpen.
De vallei van de Marshandi rivier wordt nauwer en we moeten meer stijgen en dalen. We lopen ook meer door bos en minder door in cultuur gebracht land.
We passeren twee dorpjes. Jagat, waar de huisjes onder en vak tegen de rotsen zijn gebouwd en Chamce, waar we de lunch gebruiken. We moeten een goed heenkomen zoeken voor een kudde schapen, die het pad naar beneden volgt en van geen wijken weet, en even later een muilezel karavaan, die trefzeker haar weg vindt tussen de rotsblokken. Het leidende muildier getooid met een kleurrijke flos op zijn hoofd.
Na de lunch steken we op een indrukwekkende plek de rivier over. Een overdonderend geraas wordt geproduceerd door de woeste watervallen van de Marsyandi.
Na een klim van nog eens twee uur komen we in het dal van Tal. Een soort wild-west stadje , met houten huisjes en mensen, die rondrijden op kittige kleine pony's. Overal om je heen zie je watervallen.
We logeren in Hotel Paradise. En het is hier ook een soort paradijs. Een breed dal. Veel ruimte voor de rivier, die zich dan ok extra breed maakt, als een klein meer. En het hotel heeft twee douches, met koud, en (soms) warm stromend water.
Hier begint het district Manang, en vanaf nu zijn alle dorpen boedhistisch. Vanaf nu zal het ook koeler zijn. Vooral 's nachts, zodat we waarschijnlijk lekker zullen slapen.
Uitgaven 21 oktober:
2 flessen water 80 Psr
diner en ontbijt 350 Psr
thee 50 Psr
Cola 30 Psr
Reacties
Een reactie posten